De Technische commissie bodem (TCB) heeft op eigen initiatief een werkgroep ingesteld om de huidige toestand en dynamiek van OS in Nederlandse landbouwgronden in beeld te brengen en om daaraan conclusies te verbinden voor het beheer. Op basis van de bevindingen van de werkgroep heeft de commissie een advies opgesteld aan de staatssecretarissen van de meest betrokken ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken.
Bekend is dat organische stof (OS) in bodems naast bodemvruchtbaarheid tal van andere maatschappelijke belangen kan dienen. Het besef dat beheer van OS mede afhankelijk moet zijn van het maatschappelijke doel dat daarmee gediend wordt en dat eenvoudigweg ‘meer’ OS niet altijd beter is, begint langzaam door te dringen. Intensief gebruik van de bodem kan leiden tot netto verlies van OS, omdat het de aan- en afvoersnelheden beïnvloedt. De aanvoer van OS bestaat vooral uit ‘jonge’ OS, terwijl de afvoer via respiratie ook oudere OS betreft. Het vermoeden is daarom dat het aandeel relatief jonge OS toeneemt ten koste van oudere OS in de voorraad van landbouwbodems.

In dit advies gaat de TCB in op de voorgestelde positie van bodem in de Omgevingswet.
De TCB omarmt de brede en geïntegreerde benadering van de Omgevingswet. Zij vindt het van belang dat in de afwegingen met andere aspecten van de fysieke leefomgeving de kansen voor een duurzaam bodembeheer goed worden benut. Vanuit deze gedachte plaatst de TCB een aantal kritische opmerkingen. Zij gaat in het advies in op 1) de ambities in het milieubeleid voor het compartiment bodem, 2) het werkingsgebied van de wet, 3) de organisatie van bodemkennis en informatiestructuren om de doelen van de wet te halen, 4) de beschermingsniveaus en beschermdoelen voor het aspect bodemverontreiniging en 5) de verbreding van het bodembeleid.
Het advies vormt een reactie op de verwoording in de concept Aanvullingswet bodem Omgevingswet en Memorie van Toelichting (versie 13 november 2015). Het advies is uitgebracht op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.   lees hier het volledige document

 

De werkzaamheden van de Technische commissie bodem zijn grotendeels afgebouwd, vooruitlopend op het opnemen van bodemregelgeving in de Omgevingswet.
De commissieleden en medewerkers van het secretariaat namen op 13 april 2016 afscheid van elkaar en van de collega’s van de bodemwereld.
De in opdracht van de TCB gemaakte film ‘Dichtbij de bodem’ ging tijdens de receptie in première en de voorzitter van de TCB bood de essaybundel ‘De toekomst van de bodem’ aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) aan. De essays zijn geschreven door (oud-) leden en -medewerkers van de TCB en richten zich op de wereld in 2050 en wat in dat perspectief belangrijke wetenschappelijke vragen in het bodemdomein zijn. De bundel is te downloaden van deze website, onder publicaties. De website zal in ieder geval nog heel 2016 toegankelijk zijn. Lees hier de essaybundel.
Voor de resterende wettelijke taken van de commissie tot de overgang naar de Omgevingswet is een voorziening getroffen. U kunt hiervoor contact opnemen met IenM via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Dit is ook het adres voor andere vragen en het opvragen van publicaties van de TCB.

De TCB heeft advies uitgebracht over de kansen voor aanpassing van het beheer van grote voormalige bodemsaneringslocaties met IBC-regime, waarbij IBC staat voor isoleren, beheersen en controleren. Er zijn naar schatting 100 tot 200 van dergelijke grote IBC-locaties. De nazorg is momenteel ‘eeuwigdurend’ en dat is zowel financieel als ruimtelijk een maatschappelijke belasting. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en andere betrokkenen stellen zich daarom de vraag of dit beter kan en of op termijn misschien de nazorg gestopt kan worden: van oneindig naar eindig beheer.

Uitgangspunt in het advies is dat de humane en ecologische risico’s bij de locaties minimaal blijven en dat de verspreiding van de verontreiniging beperkt blijft. De kern van het advies bestaat uit twee delen: 1) een analyse van kansen voor alle grote IBC-locaties aan de hand van een set relatief eenvoudige indicatoren.

A9R43B7 nieuwDe algemeen secretaris van de TCB Joke van Wensem heeft de Herb Ward Exceptional Service Award gekregen van de  Amerikaanse Society of Environmental Toxicology and Chemistry (SETAC, http://www.setac.org/?page=SETACAwardHerbWard). Joke krijgt deze prijs, die jaarlijks wordt uitgereikt, voor haar verdiensten voor de ‘SETAC-gemeenschap’. Ze heeft zes jaar lang  bestuursfuncties bekleed, waaronder het voorzitterschap van de Europese tak van SETAC, en heeft een groot aantal hand-en-span diensten voor de vereniging verricht. Inhoudelijk heeft ze zich sterk gemaakt voor de onderwerpen bodem, ecologische risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen en ecosysteemdiensten. Joke gaat de prijs in mei 2016 ontvangen op het SETAC Europe congres in Nantes.

 

De TCB vindt dat het belang van de bodem zich verzet tegen de door EZ voorgenomen vrijstelling van het uitrijverbod voor dierlijke mest. Dit omdat het risico op uitspoeling van nutriënten groot is bij najaarsaanwending. De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater geeft geen aanleiding het bestaande mestbeleid te versoepelen. Vanuit het oogpunt van plantenvoeding kan een late kalium- en stikstofgift gewenst zijn. Het heeft de voorkeur dat hierbij kali- en stikstofkunstmest wordt ingezet, omdat met drijfmest ook fosfaat worden toegevoegd. Daaraan is geen tekort en fosfaat is een schaarse grondstof. Bovendien is ongeveer de helft van de stikstof in drijfmest niet direct opneembaar door het gewas omdat het organisch gebonden is en waardoor het te laat beschikbaar komt.
Naar volledig document

In een verkenning naar de wijze waarop ecologie onderdeel kan uitmaken van beoordelingskaders voor bodem in het toekomstige omgevingsbeleid, stelt de TCB een beoordelingskader voor waarin zowel de kansen van het bodemecosysteem als de gevolgen van verschillende soorten aantastingen daarvan in beschouwing worden genomen. Het beoordelingskader moet gericht zijn op gestage verbetering van de bodemkwaliteit en daarmee de verbetering van de levering van ecosysteemdiensten. Bestaande risicogrenzen en beoordelingsmethoden voor ecologische risico's van bodemverontreiniging kunnen, met enige aanpassing, onderdeel blijven van het nieuwe beoordelingskader. Voor de andere bodemkwaliteitsaspecten, zoals bijvoorbeeld structuur, vochttoestand en biodiversiteit, adviseert de TCB om hulpmiddelen voor de beoordeling op te stellen.
Naar volledig document

De Technische commissie bodem (TCB) heeft kennis genomen van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau planMER structuurvisie schaliegas. Winning van schaliegas kan grote gevolgen hebben voor (gebruiksmogelijkheden van) de Nederlandse bodem en ondergrond. De commissie is dan ook positief gestemd over het voorgestelde beoordelingskader dat ten behoeve van de planMER is opgesteld, maar vraagt voor een aantal punten aandacht, omdat deze relatief onderbelicht blijven in de notitie. Het gaat daarbij om:

· Grondwater
· Ruimtebeslag en cumulatieve effecten van schaliegaswinning
· Verlaten van boorlocaties
· Verkenning nut en noodzaak.

S512014_reactie_cNRD_planMER_Structuurvisie_schaliegas.pdf

Op 28 december 2013 is dr.ir. M.P.W. (Marthijn) Sonneveld overleden. Marthijn was sinds september 2012 lid van de TCB.

Marthijn was universitair docent Bodemgeografie en Landschap aan de Wageningen Universiteit. Zijn interesse lag bij agrarisch bodemgebruik, met name op bedrijfs- en landschapsniveau, en bij de dynamiek van bodemsystemen op zowel korte als langere tijdschalen. marthijn-sonneveldHij was oud-voorzitter van de Nederlandse Bodemkundige Vereniging en medeauteur van het boek 'Landschappen van Nederland; Geologie, Bodem en Landgebruik', dat eind 2012 is uitgekomen.

Marthijn was lid van het Petit comité landbouw van de TCB, dat spoedadviezen over het mestbeleid voorbereidt. Ook was Marthijn lid van de TCB-werkgroep Koolstofstromen, die zich buigt over de betekenis van organisch gebonden koolstof in de bodem voor bodemvruchtbaarheid, klimaatmitigatie en waterbeheer. Marthijn gaf als jongste lid van de TCB blijk van inhoudelijke senioriteit en had met zijn deskundigheid een grote inbreng in de adviezen van de TCB.

Wij zullen hem erg missen.

Dit is het derde advies van de TCB over een binnenkort te starten experiment waarbij gekeken wordt of het emissiepotentieel van verontreinigingen in stortplaatsen kan worden verminderd, zodat de nazorg voor stortplaatsen aanzienlijk kan worden beperkt. Om het emissiepotentieel te verminderen wordt het stortpakket belucht en/of geïnfiltreerd met water. Dit advies gaat over de Handreiking voor het gebruik van emissietoetswaarden, als onderdeel van de zogenaamde vaststellingsmonitoring die na afloop van het experiment zal worden uitgevoerd. Door toetsing aan de emissietoetswaarden wordt vastgesteld of het emissiepotentieel van de stortplaatsen gedurende het experiment voldoende is afgenomen.

design by Het Lab | build by nieta