pdf A045(2008) Advies Ecologische onderbouwing bodemnormstelling

Voor een nadere verdieping in het onderwerp bodemnormstelling heeft de TCB in 2007 een werkgroep bodemnormstelling ingesteld. Deze werkgroep heeft zich gericht op de ecologische onderbouwing van bodemnormen, omdat ecotoxiciteit vaak bepalend is voor de hoogte van een bodemnorm. De werkgroep heeft haar bevindingen onlangs vastgelegd in een rapport, getiteld ‘Achtergrond en perspectief van een aantal benaderingen voor ecologische bodemnormstelling’, TCB R19(2008). Het TCB advies Ecologische onderbouwing bodemnormstelling is gebaseerd op de rapportage van de werkgroep. Het advies sluit aan op eerdere adviezen van de TCB over prioritaire projecten en het Besluit bodemkwaliteit.

Het advies richt zich op de beoordeling van de ecologische risico’s van bodemverontreiniging bij grondverzet, verspreiden van bagger en saneren van landbodems, volgens de normen en instrumenten beschreven in het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering van de Wet bodembescherming. Het advies richt zich niet op de normstelling voor de waterbodem en grondwater en heeft geen betrekking op toepassen van grond of bagger in werken of grote bodemtoepassingen.

Centraal staat de vraag hoe het huidig instrumentarium in technisch-wetenschappelijke zin is opgebouwd en functioneert en of een aantal nieuwe methoden en benaderingen tot verbetering zou kunnen leiden. In het advies wordt ingegaan op ecosysteemdiensten, biobeschikbaarheid, doorvergiftiging en combinatietoxiciteit.

Naar het oordeel van de TCB liggen in het gebiedsgerichte beleid kansen om bij de beoordeling van bodemkwaliteit meer dan voorheen rekening te houden met de lokale omstandigheden. Om dit te realiseren zijn aanvullende handreikingen nodig, waarmee bijvoorbeeld gemotiveerd kan worden waarom lokale maximale waarden strenger of soepeler vastgesteld kunnen worden dan het berekende resultaat van de Risicotoolbox aangeeft. De TCB pleit er ook voor om de handreikingen en methoden voor locatiespecifiek onderzoek volgens de Triade-benadering uit te breiden, met name ook voor inrichting en beheer van verontreinigde gronden.

Ten aanzien van de beoordeling van bagger is naar de mening van de TCB sprake van een inconsistentie in de beoordelingskaders. De methode van toetsing van de verspreidbaarheid van bagger op het land wijkt af van het beoordelingskader voor het toepassen van grond en bagger bij grondverzet. Omdat de werkingsgebieden elkaar deels overlappen is het van belang dat de verschillende onderdelen van de beoordelingskaders zoveel mogelijk gebaseerd zijn op vergelijkbare technisch-wetenschappelijke uitgangspunten en dat de beoordelingssystemen op elkaar aansluiten. Dit draagt bij aan de inhoudelijke kwaliteit, de uitlegbaarheid en de praktische uitvoerbaarheid van de beoordelingskaders.

De TCB ziet de ecosysteemdiensten van de bodem als een belangrijk overkoepelend concept voor de verdere ontwikkeling van de beoordelingskaders voor bodemkwaliteit. De TCB pleit er met klem voor om de komende jaren tot een concrete uitwerking te komen van de aan ecosysteemdiensten gekoppelde indicatoren voor bodemkwaliteit, in relatie tot meer stressfactoren dan alleen bodemverontreiniging.

In de praktijk spelen ecologische risico’s bij lokale afwegingen rond grondverzet en bodemsanering veelal slechts een geringe rol. De TCB acht het van belang dat aandacht wordt besteed aan de perceptie van ecologische risico’s en normstelling. Inzicht in de ecosysteemdiensten van de bodem kan gebruikt worden om de betekenis van het bodemecosysteem voor het totaal aan gebruiksfuncties van de bodem uit te leggen.

De TCB is van oordeel dat er terecht weinig ruimte is voor het meewegen van biobeschikbaarheid in het generieke kader van de bodemnormstelling. In de locatiespecifieke beoordeling vindt de TCB de vaststelling van de biobeschikbaarheid van een verontreiniging wel belangrijk. Voor apolaire organische verbindingen zoals PAK, chloorbenzenen en PCB geeft de huidige stand van kennis aan dat de concentratie in poriewater een goede schatter is voor de biobeschikbare concentratie. De TCB beveelt aan om de Tenax en SPME methode te gebruiken in de locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling.

De TCB vindt het van belang dat handreikingen worden opgesteld waarin wordt beschreven hoe doorvergiftiging in locatiespecifieke en gebiedsspecifieke risicobeoordelingen kan worden meegewogen en ingebed in de Triade benadering voor locatiespecifiek onderzoek. Zij denkt daarbij vooral aan benaderingen die gebaseerd zijn op lokaal relevante.

design by Het Lab | build by nieta