pdf A072(2011) Advies Ecologische risicobeoordeling bij bodemverontreiniging

Op 22 juli heeft de TCB advies uitgebracht over de methodiek om ecologische risico’s van bodemverontreiniging te beoordelen volgens het zogenaamde Saneringscriterium. Mede op basis van ecologische risico’s wordt de spoedeisendheid van saneren of beheren van een ernstige bodemverontreiniging bepaald.

De TCB vindt het een sterk punt dat in de Nederlandse methodiek effecten op het bodemecosysteem worden meegewogen. Zij heeft echter bij het formuleren van dit advies ervaren dat de achtergronden van de methodiek vaak complex en moeilijk uitlegbaar zijn. Bovendien vindt de TCB de gehanteerde terminologie soms onjuist en verwarrend. In dit advies doet zij aanbevelingen om de terminologie en de stapsgewijze beoordeling te verbeteren, waarbij de benadering in drie stappen intact blijft.

De TCB vindt dat de inhoudelijke aansluiting tussen de verschillende stappen van de ecologische risicobeoordeling volgens het Saneringscriterium op onderdelen ontbreekt. Het totaal aan verschillen is echter zodanig, dat het geen zin heeft om ‘reparaties’ uit te voeren. De TCB vindt het beter om de verschillen in methoden en uitgangspunten tussen de stappen goed uit te leggen. Zij is daarom ook geen voorstander van het aanpassen van TD grenzen voor zink en koper in de tweede stap van de methodiek, zoals met de concept gewijzigde Circulaire wordt voorgesteld.

De tweede stap is bedoeld om de gevallen met de grootste kans op schade voor het ecosysteem te selecteren. Het is dus niet zozeer een risicobeoordeling, maar vooral een wegingsinstrument. Op basis van deze tweede stap vindt de TCB dat een oordeel over de aanvaardbaarheid van ecologische risico’s (schade) niet mogelijk is, er is immers na het uitvoeren van de tweede beoordelingsstap nog geen inzicht in deze schade. Dit inzicht wordt pas in stap 3 (de locatiespecifieke beoordeling) verkregen. De TCB is van mening dat stap 2 daarom geen eindpunt in het systeem kan zijn. Als in stap 2 het besliscriterium wordt overschreden, dan is altijd een vervolgstap nodig. De TCB pleit er daarom voor de terminologie aan te passen en doet de suggestie om na stap 2 te spreken van ‘noodzaak voor vervolgbeoordeling’ in plaats van ‘(on)aanvaardbare ecologische risico’s’.

De TCB vindt dat voorafgaand aan het locatiespecifiek Triade-onderzoek, ook altijd de afweging moet plaatsvinden of een Triade-onderzoek en saneren en beheer op een locatie zinvol zijn. Deze afweging kan toegevoegd worden aan stap 2, of het eerste onderdeel zijn van stap 3. De TCB stelt voor om de aspecten voor deze afweging verder uit te werken. Dit kan de basis vormen voor gemotiveerd afwijken: dat wil zeggen dat een bevoegd gezag er gemotiveerd voor kiest om af te zien van vervolgonderzoek, omdat een beslissing over saneren en beheren (wel of niet en hoe) ook zonder dit vervolgonderzoek genomen kan worden.

De TCB gaat in dit advies in op de invulling van het Triade onderzoek. Zij vindt de wijze waarop de eerste laag Triade is beschreven in de handreiking Triade een goed hulpmiddel bij de uitvoering. Zij beveelt aan om kwaliteitseisen op te stellen voor zowel het Triade-onderzoek als de in de onderzoek te hanteren analyses, bioassays en veldmetingen. In het advies doet zij suggesties hiervoor.

design by Het Lab | build by nieta