pdf A048(2009) Advies Gevolgen afdekken van bodem

De Minister van VROM heeft de Technische commissie bodem (TCB) om advies gevraagd over de gevolgen van afdekken voor de bodem. Deze vraag vloeit voort uit de concept Europese Kaderrichtlijn Bodem, maar is ook relevant in het kader van klimaatverandering en verstedelijking in Nederland. Bij afdekken gaat het om het permanent aanbrengen van ondoorlaatbaar materiaal op de bodem. De minister vraagt in welke situaties afdekken beperkt moet worden en welke maatregelen daarbij genomen kunnen worden.

Afdekken - het gebruik maken van de draagfunctie van de bodem - heeft de mensheid enorme voordelen gebracht. De behoefte aan huisvesting en transport zijn de voornaamste drijfveren voor afdekken. De TCB analyseert de gevolgen van afdekken van bodem aan de hand van de ecosysteemdiensten van de bodem, zoals productie van voedsel en biomassa, het opslaan, filteren en transformeren van stoffen, habitat en genenpool, fysieke en culturele omgeving, leveren van grondstoffen, koolstofvoorraad en geologisch en archeologisch erfgoed. Hiermee komt de nadruk te liggen op de positieve bijdrage van onbedekte bodem – ook in stedelijk gebied – op het welzijn van mensen. Vergeleken bij een onbedekte bodem zal er altijd een negatief effect op ecosysteemdiensten van de bodem zijn ten gevolge van afdekken. De gevolgen van afdekken zijn in principe omkeerbaar, door de afdekking te verwijderen en de bodem de tijd te geven te herstellen. De analyse van gevolgen van afdekken is hoofdzakelijk in kwalitatieve zin uitgevoerd; het ontbreekt nog aan kennis over hoe te kwantificeren, en ook over hoe afdekken ruimtelijk het beste kan worden vormgegeven om effecten zoveel mogelijk te beperken.

Bij het beantwoorden van de vraag in welke situaties afdekken beperkt moet worden, doet de TCB de suggestie om op gebiedsniveau rekening te houden met gevolgen van afdekking in situaties waarbij het watertoetsproces moet worden doorlopen. Op lokaal niveau zouden individuele bodemgebruikers bij activiteiten die leiden tot het afdekken van minimaal 25 m2, gewezen moeten worden op de gevolgen van afdekken en de mogelijke alternatieven. Hierbij valt ook te denken aan relatieve maten als een signalerend criterium, zoals het voor meer dan de helft afdekken van de tuin of het perceel.

Ten aanzien van maatregelen stelt de TCB dat in bestaand en te ontwikkelen stedelijk gebied kritisch gekeken moet worden naar de noodzaak van afdekken en de kansen die er zijn om tot een betere benutting van ecosysteemdiensten te komen. Ook in bestaande situaties zou vanuit oogpunt van ecosysteemdiensten nog veel kunnen worden verbeterd. Bij de afweging van maatregelen moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met de grootte en het patroon van de geplande afdekking en de mate waarin de omgeving al is afgedekt.

De TCB vindt dat maatregelen achtereenvolgens gericht moeten zijn op: Voorkomen van vermijdbaar afdekken. Beperken van onvermijdbaar afdekken. Plaats van afdekken optimaliseren. Mitigeren van gevolgen van afdek. ken

De TCB suggereert de potentie van een aantal in het advies genoemde maatregelen te onderzoeken, die vrijwel allemaal op het niveau van regionaal of lokaal gezag liggen, waarbij vaak samenwerking met individuele bodemgebruikers noodzakelijk is. Dit vereist bewustmaking en voorlichting van bevoegde gezagen, individuele bodemgebruikers en partijen die betrokken zijn bij inrichting van de ruimte.

design by Het Lab | build by nieta