pdf A044(2008) Advies Aanwenden van mest

Dit advies heeft betrekking op gebruiksvoorschriften voor het aanwenden van mest in het kader van het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het advies is uitgebracht op verzoek van de Minister van LNV en VROM. De TCB plaatst maatregelen waarvoor gebruiksvoorschriften kunnen worden geformuleerd laag in de hiërarchie van maatregelen waarmee de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater kan worden verbeterd. De hiërarchie ordent de maatregelen op hun effectiviteit. Onvoldoende effectiviteit van maatregelen hoger in de hiërarchie kan niet worden gecompenseerd door meer in te zetten op maatregelen lager in de hiërarchie.

Randvoorwaarde voor het welslagen van de overige maatregelen in de hiërarchie is het in evenwicht brengen van de vraag naar en het aanbod van mest. Naast het mineralenoverschot in Nederland in absolute zin, is sprake van een onbalans in ruimte en tijd. Diverse maatregelen kunnen bijdragen aan een beter evenwicht. Bedrijfsverplaatsing naar het buitenland leidt tot verkleining van de Nederlandse veestapel en daardoor tot vermindering van de import van nutriënten in Nederland. Het mineralenaanbod neemt daardoor af. Bedrijfsverplaatsing kan samengaan met behoud van de technologie- en kennisintensieve aspecten van de veehouderij. Dan kan de economische betekenis van de veehouderij voor Nederland behouden blijven. Ook het perspectief voor mestverwerking neemt de laatste tijd toe, als gevolg van de stijgende prijzen voor energie en kunstmest. Mestverwerking draagt bij aan het verminderen van het aanbod van dierlijke mest als de verwerkte producten worden geëxporteerd of buiten de landbouw worden toegepast. Het kan ook bijdragen aan het vergroten van de afzetmogelijkheden van dierlijk mest, als het verwerkte product kan worden toegepast als kunstmestvervanger. Het kennen van de samenstelling van dierlijke mest en verwerkingsproducten daarvan draagt bij aan de toepassing van deze producten in de akkerbouw. De Nitraatrichtlijn erkent overigens producten uit dierlijke mest niet als kunstmest(vervanger). Daardoor is het in de huidige juridische context niet mogelijk om de afzet van dierlijke mest in de akkerbouw te vergroten door middel van mestverwerking.

Voldoende opslagcapaciteit voor dierlijke mest draagt bij aan een betere verdeling van mest in de tijd. Mestopslag bij de afnemer van de mest draagt bij aan een betere verdeling van dierlijke mest over Nederland. De overheid kan helpen dit te realiseren door vergunningverlening voor de bouw ervan te faciliteren. De TCB adviseert een opslagcapaciteit van negen maanden.

Zeer effectieve maatregelen zijn het verlagen van de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat en het verhogen van de werkingscoëfficiënt van organische meststoffen. De TCB adviseert om te komen tot scherpe gebruiksnormen en hoge werkingscoëfficiënten. Scherpe gebruiksnormen en hoge werkingscoëfficiënten stimuleren boeren om te komen tot goed nutriëntenmanagement, wat aanvullend effectief is. Gebruiksvoorschriften die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van boeren kunnen dan het karakter krijgen van adviezen. Dit vermindert de regeldruk. De TCB adviseert een geleidelijke overgang naar scherpere gebruiksnormen en hogere werkingscoëfficiënten, gekoppeld aan een adequate uitrijperiode voor mest. Hierdoor ontstaat handelingsruimte voor nutriëntenmanagement in de agrarische bedrijfsvoering.

Goed nutriëntenmanagement betekent dat meststoffen op het juiste moment en in de juiste hoeveelheden worden toegediend, afhankelijk van onder meer het gewas, het groeistadium, de grondsoort, het te verwachten weer (neerslag, temperatuur), en de lokale hydrologie. Overige verliesbeperkende maatregelen, die niet direct samenhangen met de agrarische bedrijfsvoering, kunnen ook bijdragen aan het verminderen van de belasting van grond- en oppervlaktewater.

De TCB pleit – bij de huidige onbalans in vraag en aanbod van mest – voor een substantiële aanscherping van de uitrijperiode voor dierlijke mest in het voor- en najaar. Het verkorten van de uitrijperiode met meerdere weken in voor- en najaar verkleint het risico van uitspoeling. Het vaststellen van een aangescherpte uitrijperiode is momenteel niet wetenschappelijk te onderbouwen en vergt daarom een beleidsmatige keuze.

Vanggewassen beperken stikstofverliezen in het najaar. De meeste grote productiegewassen staan echter zo lang op het land, dat vanggewassen niet goed tot ontwikkeling kunnen komen. De TCB adviseert om gewassen te laten identificeren die zich nog voldoende kunnen ontwikkelen bij late inzaai. Voor deze vanggewassen kunnen vervolgens gebruiksvoorschriften worden geformuleerd. Bij evenwicht tussen vraag en aanbod van mest en met scherpe gebruiksnormen en hoge werkingscoëfficiënten kunnen ook de gebruiksvoorschriften voor vanggewassen worden vervangen door adviezen. De TCB is geen voorstander van het jaarrond uitrijden van de dikke fractie van verwerkte dierlijk mest, omdat elke mestgift buiten het groeiseizoen het risico van uit- en afspoeling doet toenemen. Aan organische stofbeheer of verkleining van het mineralenoverschot kunnen argumenten worden ontleend om toch het aanwenden van organische meststoffen buiten het groeiseizoen toe te staan, onder restricties van een laag gehalte aan minerale stikstof en een lage mineralisatiesnelheid.

design by Het Lab | build by nieta