pdf A056(2010) Advies Praktijkproef alternatief spoor

Op 9 februari 2010 heeft de TCB advies uitgebracht over een voorgenomen ontheffing van de verplichting tot emissiearm aanwenden van drijfmest voor de ‘Praktijkproef alternatief spoor’. De adviesvraag is gesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. De ontheffing heeft betrekking op maximaal 2500 hectare landbouwgrond en beslaat maximaal twee jaar. Voor de praktijkproef zijn door de Vereniging Noardlike Fryske Walden (NFW) en de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) projectvoorstellen ingediend.

Met het alternatieve spoor wordt geduid op een aantal specifieke maatregelen op het vlak van stikstofmanagement, met als doel minder stikstoftoevoer bij een gelijkblijvende productie om daarmee de stikstofverliezen te verminderen. Onderdeel van dit spoor is de mogelijkheid om mest met niet-emissiearme technieken te kunnen uitrijden.

In de praktijkproef wordt een set van maatregelen toegepast met de bedoeling om de ammoniakemissie bij niet-emissiearm aanwenden te reduceren tot een aanvaardbaar niveau. Doel van het onderzoek is om inzichtelijk te krijgen of de naleving van deze set van maatregelen op bedrijfsniveau goed geborgd kan worden. Dit moet mogelijk zijn zonder dat het de overheid voor onevenredig hoge handhavingslasten plaatst.

Uit reeds uitgevoerde onderzoeken en evaluaties blijkt dat met deze maatregelen een reductie van de ammoniakemissie kan worden bereikt, maar dat de emissie niet kan worden gereduceerd tot een niveau van emissiearme toediening (Sonneveld et al, 2009; PBL, 2009; Tamminga et al, 2009). Ook blijkt uit het onderzoek dat er grote variatie is in de geconstateerde effectiviteit van maatregelen. De TCB concludeert dat uitvoering van de praktijkproef zal leiden tot een verhoogde ammoniakemissie ten opzichte van emissiearme aanwending.

Ammoniakemissie kan leiden tot schade in natuurgebieden. In de adviesaanvraag is aangegeven dat de proeflocaties niet in de buurt van ammoniakgevoelige gebieden liggen. Echter in de projectvoorstellen wordt niet aangegeven wanneer een gebied als ammoniakgevoelig wordt beschouwd. De TCB constateert dat de kritische depositieniveaus voor stikstof voor natuurdoeltypen binnen de Noordelijke Friese Wouden bij de huidige belasting op verschillende plaatsen reeds worden overschreden (Kros et al, 2007). Het huidige projectvoorstel van NFW biedt geen duidelijkheid over de wijze waarop extra stikstofbelasting van deze kritische gebieden kan worden voorkomen. In het projectvoorstel van de VBBM wordt niet ingegaan op de eventuele ligging van locaties in de buurt van ammoniakgevoelige gebieden. Ook worden in beide projectvoorstellen geen metingen verricht aan ammoniakemissies.

De TCB vindt de proefopzet zoals beschreven in beide plannen mager onderbouwd. De projectvoorstellen beschrijven niet hoe en waaraan de handhavingslast van de overheid wordt getoetst. De keuze van de gunstige weersomstandigheden waarbij niet-emissiearme aanwending in de projecten wordt toegestaan wordt niet met argumenten onderbouwd. De gekozen omstandigheden kunnen ongunstig zijn voor andere emissieroutes dan naar lucht. Hier wordt geen aandacht aan besteed. Er worden geen metingen verricht om te toetsen of de niet-emissiearme aanwending onder gunstige weersomstandigheden ook in deze praktijkproef tot minder emissie leidt.

De TCB constateert dat het voornemen is om deze praktijkproef op een groot areaal uit te voeren. De voordelen van de aanpak in de zin van een mindere belasting van bodemleven, bodemstructuur en weidevogels zijn in eerder onderzoek niet aangetoond. Wel is aannemelijk dat over het genoemde grote areaal sprake zal zijn van een verhoogde ammoniakemissie. Het is aannemelijk dat deze emissie zal bijdragen aan een verhoging van de depositie van stikstof in natuurgebieden. Het is niet duidelijk hoe in de studies wordt omgegaan met ammoniakgevoelige gebieden. Ook is niet duidelijk hoe en waaraan de handhavingslast voor de overheid wordt getoetst, terwijl de bepaling van de handhavingslast de doelstelling van de projecten is. De TCB is om deze redenen van mening dat het niet zinvol is en milieuhygiënisch ongewenst om de voorgestelde praktijkproef uit te voeren.

Kros et al, 2007. Meervoudige milieumonitoring Noordelijke Friese Wouden. Alterra rapport 1578.

Planbureau voor de Leefomgeving, 2009. Emissiearm bemesten geëvalueerd. PBL publicatienummer 500155001.

Sonneveld et al, 2009. Effectiviteit van het alternatieve spoor in de Noordelijke Friese Wouden. Rapport Wageningen Universiteit en Researchcentrum.

Tamminga et al, 2009. Maatregelen om ammoniakemissie bij bovengronds toedienen van mest te beperken. Rapport Commissie van Deskundigen Meststoffenwet.

design by Het Lab | build by nieta