pdf A057(2010) Advies Toedienen mineralenconcentraat

De TCB kreeg van de minister van LNV, mede namens de minister van VROM, het verzoek te adviseren over een ontheffing voor het niet-emissiearm aanwenden van mineralenconcentraat. Mineralenconcentraat is één van de producten van mestverwerking. Mest kan worden gescheiden in een dunne en een dikke fractie. Na omgekeerde osmose van de dunne fractie ontstaat mineralenconcentraat dat als kunstmestvervanger kan worden gebruikt.

De adviesaanvraag is tweeledig. Enerzijds is er het voornemen om ontheffing te verlenen aan Plant Research International (PRI, Wageningen UR) voor een onderzoek naar ammoniakemissie bij toepassing van mineralenconcentraat. Anderzijds wil de minister vrijstelling verlenen aan bedrijven die mineralenconcentraat bedrijfsmatig willen toepassen, om te onderzoeken wat het marktperspectief is van het product.

Het toedienen van mineralenconcentraat op emissiearme wijze bleek eerder tot aanzienlijke fysieke schade te leiden aan de gewassen. Verwacht wordt dat deze schade kan worden beperkt door gebruik te maken van niet-emissiearme technieken. Omdat PRI in haar onderzoek gebruik wil maken van het ‘slangendoseersysteem’, een niet-emissiearme techniek, is voor het gebruik van dit systeem een ontheffing nodig.

Doel van het onderzoek van PRI is ‘om - op basis van emissiemetingen - inzicht te verkrijgen in de verwachte ammoniakemissie bij toepassing van mineralenconcentraat bij verschillende toepassingsmethoden en de mogelijkheden voor de erkenning van technieken als emissiearm’.

Uit een recent tussentijds rapport over pilots die zijn uitgevoerd met mineralenconcentraten blijkt dat de stikstof in mineralenconcentraten hoofdzakelijk bestaat uit ammonium (90-95 procent van het totaal stikstof). Laboratoriumproeven uitgevoerd in het kader van hetzelfde onderzoek hebben uitgewezen dat ammoniakemissie bij toediening van mineralenconcentraten vergelijkbaar of hoger is dan bij toediening van varkensdrijfmest. Het is de vraag of toediening van mineralenconcentraat in het veld via het slangendoseersysteem ook leidt tot een hoge ammoniakemissie. Het PRI onderzoek dient om deze vraag te beantwoorden. Eén van de te onderzoeken toepassingsmethoden is dat mineralenconcentraat wordt toegediend op het moment dat het gewas zodanig is gegroeid, dat het bladerdek 85 procent van het oppervlak van het perceel bedekt. De verwachting van de onderzoekers is dat door het toedienen onder deze omstandigheden de ammoniakemissie kan worden beperkt.

Op basis van het belang van het onderzoek en de kleine schaal waarop het wordt uitgevoerd, komt de TCB tot de conclusie dat de vrijstelling voor het onderzoek kan worden verleend. De TCB betreurt het echter dat niet tegelijkertijd andere (gasvormige) emissies worden onderzocht. Te denken valt aan lachgas.

Het tweede deel van het advies gaat over de praktijkproef waarin het mineralenconcentraat bedrijfsmatig toegepast wordt om te onderzoeken wat het marktperspectief is van het product. In de adviesaanvraag wordt de verwachting uitgesproken dat het zal gaan om bedrijven met een gezamenlijk totaaloppervlak van maximaal 1400 ha. De bedoeling is dat dit inzicht oplevert in het marktperspectief van het product als kunstmestvervanger. Deze bedrijven zullen het mineralenconcentraat toedienen volgens één van de door PRI onderzochte methoden (zie de beschrijving hierboven).

De TCB is van mening dat het PRI-onderzoek zal moeten uitwijzen of het toedienen van mineralenconcentraat onder de bovenbeschreven omstandigheden de ammoniakemissie afdoende beperkt. De TCB vindt het, nu de resultaten van het PRI-onderzoek nog niet bekend zijn, te vroeg om mineralenconcentraat op deze schaal toe te passen. De TCB adviseert dan ook om geen vrijstelling te verlenen voor het niet-emissiearm toedienen van mineralenconcentraten als vervanger van kunstmest op bedrijven met gezamenlijk een maximaal oppervlak van 1400 ha.

design by Het Lab | build by nieta