pdf A058(2010) Advies Technische uitwerking nitraatdieptemeetnet

Dit derde advies over de evaluatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gaat in op verschillende opties voor een nitraatdieptemeetnet. Met dit meetnet kan uitvoering worden gegeven aan de motie Koopmans waarin de Tweede Kamer aan de regering vraagt om ‘modelmatig de afname van de nitraatconcentratie in het grondwater in beeld te brengen en naast de eerste meter ook in de tweede tot de vijfde meter te meten’. Ten behoeve van de advisering over de evaluatie LMM heeft de TCB een reviewcommissie ingesteld. De reviewcommissie bestaat uit de vijf leden van het petit comité landbouw van de TCB en drie leden van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet die door het ministerie van LNV zijn voorgedragen. De reviewcommissie bereidt de advisering door de TCB inhoudelijk voor.

Het RIVM heeft het conceptrapport ‘Uitwerking van opties voor een Nitraatdieptemeetnet’ aangeleverd. In het conceptrapport zijn vier varianten met elkaar vergeleken. Het meetnet beperkt zich tot de zandregio. Variant 1 is een nieuw meetnet dat het landbouwareaal in deze regio volledig dekt. Dit is de statistisch meest zuivere variant. Variant 2 sluit aan bij het grondwaterkwaliteitsmeetnet dat thans wordt ingericht voor de monitoring van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Nadeel daarvan is dat gegevens ontbreken over de landbouwpraktijk en de kwaliteit van het uit- en afspoelende water. Variant 3 gaat uit van een nitraatdieptemeetnet in combinatie met het LMM. Veel gewenste informatie is daarmee beschikbaar. De varianten 1 tot en met 3 zijn statistische varianten. Variant 4 is een modelvariant. Metingen worden gedaan ten behoeve van kalibratie en validatie van het computermodel STONE. Dit nutriëntenemissiemodel is gezamenlijk door diverse Nederlandse onderzoeksinstellingen ontwikkeld voor nationale beleidsevaluaties. Het RIVM ordent de varianten op basis van kosten als volgt: Variant 1 > variant 2 > variant 3 > variant 4. Variant 4 is dus de goedkoopste van de vier varianten.

Voor variant 3 is de meetnetinrichting verder uitgewerkt en een kostenraming opgesteld. In deze variant staat het statistisch correct toetsen van gemeten nitraatconcentraties in grondwater aan de bestaande norm van 50 mg/l centraal. Om een afname van 20 procent aan te kunnen tonen, bijvoorbeeld van de huidige 70 mg/l nitraat in de eerste meter naar 56 mg/l in de vijfde meter, is al een meetnet van ongeveer 1000 meetpunten nodig. Hier zijn hoge kosten mee gemoeid. Afhankelijk van de precieze detaillering kost deze variant circa 20 miljoen euro in vier jaar.

In het vorige advies A053[1] over de evaluatie van het LMM heeft de TCB al aangegeven dat zij de middelen voor een nitraatdieptemeetnet niet efficiënt besteed vindt. De verwachting die spreekt uit de motie Koopmans dat nitraatgehaltes zullen afnemen met de diepte zal voor droge zandgronden waarschijnlijk niet worden bevestigd. Voor natte zandgronden is dit als gevolg van denitrificatie wel te verwachten. Daar leidt drainage echter tot belasting van het oppervlaktewater met nutriënten, wat ook van belang is voor het mestbeleid. Bovendien is een afname van nitraatconcentraties niet altijd positief. Grondwaterafhankelijke natuurgebieden kunnen door denitrificatie worden belast met sulfaat, bij gelijktijdige pyrietoxidatie kunnen zware metalen vrijkomen en er kan lachgas ontstaan, een broeikasgas. De TCB vindt daarom dat een nitraatdieptemeetnet geen meerwaarde heeft.

Als echter toch wordt besloten om een meetnet in te richten, dan pleit de TCB nogmaals met klem voor een verruiming van de doelstelling. De TCB vindt het noodzakelijk dat biogeochemische proceskennis wordt verkregen door een combinatie van modelontwikkeling en metingen in het veld. Dit draagt bij aan een verdere en noodzakelijke verbetering van het mestbeleid, ook in relatie tot de doelstellingen van de KRW en Natura 2000.

U heeft de TCB gevraagd om advies over de in het conceptrapport van het RIVM uitgewerkte statistische variant 3. De TCB ziet hier geen mogelijkheden tot bezuinigingen zonder afbreuk te doen aan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van het meetnet. De TCB vindt dat met een aangepaste modelvariant 4 tegen aanzienlijk lagere kosten ook uitwerking kan worden gegeven aan de motie Koopmans.

design by Het Lab | build by nieta