pdf A068(2011) Advies Papiercellulose

De TCB adviseert de staatssecretaris van IenM over het gebruik van papiercellulose als bestrijder van winderosie. Papiercellulose komt vrij bij de productie van papier en karton. De bestaande ontheffing voor het gebruik van papiercellulose als erosiebestrijder komt te vervallen. I&M heeft het voornemen om ‘einde afval criteria’ op basis van de Wet Milieubeheer voor deze toepassing van papiercellulose te formuleren, om het gebruik ook in de toekomst mogelijk te maken. Gezien de nuttige toepassing heeft de TCB geen bezwaar tegen het opstellen van einde afval criteria voor erosiebestrijders op basis van papiercellulose. Hierbij denkt de TCB dat het minimaal nodig is om eisen te stellen aan herkomst, gelijkmatigheid, zuiverheid en samenstelling van de ‘ruwe’ papiercellulose en eisen aan het water waarmee de papiercellulose wordt verdund. Met betrekking tot de samenstelling moeten de aanwezigheid van cellulosevezels, de hoeveelheid cellulosevezels, droge stof en organische stof als basiskenmerken van de papiercellulose worden bepaald. Verder moeten metalen, organische microverontreinigingen (minimaal PAK, PCB, chloorfenolen en dioxinen of een biomarker voor dioxineactiviteit) en minerale olie gemeten worden. De gehalten van de genoemde stoffen en stofgroepen moeten dan getoetst worden aan de zogenoemde ‘Achtergrondwaarden’. Het is onduidelijk of andere (groepen van) stoffen een risico vormen in papiercellulose. Samen met papierfabrikanten, milieutoxicologen en -chemici kan een (vertrouwelijke) inventarisatie worden gemaakt van andere stoffen die zouden moeten worden gemeten en getoetst. De TCB vindt dat alleen zoet oppervlaktewater uit goed doorstromende watergangen en zoet grondwater mag worden gebruikt voor de verdunning van papiercellulose. Verder vindt de TCB de ontwikkeling van een samenhangend beoordelingssysteem voor de toelaatbaarheid van de afvoer van organische reststromen naar de bodem noodzakelijk.

design by Het Lab | build by nieta