pdf S01(2006) Advies Verzoek tot ontheffing ex artikel 7 Besluit gebruik meststoffen

De Minister van LNV en de Staatssecretaris van VROM hebben advies gevraagd over het Ontwerpbesluit tot het verlenen van een ontheffing van de verplichting tot het gebruik van emissiearme technieken voor de aanwending van dierlijke mest. Volgens de aanvrager, het Laboratorium voor Bodemkunde en Geologie van Wageningen UR, is de ontheffing voor 29 bedrijven in de Noordelijk Friese Wouden noodzakelijk voor een onderzoek naar de effectiviteit van het ‘alternatieve spoor’. De TCB heeft het onderzoeksplan nogmaals tegen het licht gehouden, aangezien zij op een eerdere versie kritiek had (TCB S10, 2005). Tevens is getoetst of het belang van de bodem zich niet verzet tegen het verlenen van de ontheffing, en is gekeken of de omvang van de ontheffing in verhouding staat tot het voorgestelde onderzoek. Onderzoek De commissie merkt op dat niet goed in kaart is gebracht hoe de integrale vergelijking tussen emissiearm versus bovengronds uitrijden van mest voor het milieu uitvalt. De TCB vindt het voorgestelde onderzoek daarom een waardevol initiatief. De TCB vindt het belangrijk dat het onderzoek antwoord geeft op de vraag of er bij het ‘alternatieve spoor’’ met bovengronds uitrijden van mest sprake is van een vergelijkbare reductie van de ammoniakemissie, en op de vraag of emissiearm aanwenden nadelige gevolgen heeft voor de bodem (inclusief het grondwater). In het huidige onderzoeksvoorstel is tegemoet gekomen aan enige kritiekpunten van de TCB. De TCB constateert echter dat het onderzoek niet geheel voldoet aan voorwaarden die gelden voor integraal onderzoek naar de effectiviteit van specifieke managementmaatregelen om ammoniakemissies terug te dringen zonder dat onacceptabele stikstofafwenteling naar bodem, water en lucht plaatsvindt. De intensiteit van het onderzoek naar de gevolgen van verschillende manieren van mestaanwending voor de bodem is onvoldoende. Een standaardmethode voor het direct bepalen van de ammoniakemissies ontbreekt. De berekening van het aantal bedrijven dat in aanmerking zou moeten komen voor ontheffing is gebaseerd op statistiek over metingen aan mestkwaliteit (en daarvan alleen het percentage organisch gebonden stikstof) en niet op metingen aan ammoniakemissie. Belang van de bodem en ontheffing Het ligt in de rede te verwachten dat bovengronds uitrijden van mest minder negatieve gevolgen heeft voor de bodem en het grondwater op de bedrijven zelf. De TCB vindt dan ook dat het belang van de bodem op deze bedrijven zich niet verzet tegen het verlenen van ontheffing. De TCB vindt dat de omvang van een ontheffing van de plicht tot emissiearme aanwending van mest verband moet houden met het doel van het onderzoek waarvoor ontheffing nodig is. Het ammoniakemissieonderzoek vindt plaats op 6 bedrijven. Daarom is de TCB van mening dat ontheffing verleend zou kunnen worden aan deze zes bedrijven en koppelt hieraan de aanbeveling het onderzoek naar de vastlegging en omzetting van stikstof in de mest en in de bodem inclusief het grondwater te intensiveren.

design by Het Lab | build by nieta