pdf S35(2007) Advies Fosfaatverzadiging in landbouwbodems

VROM, LNV en V&W hebben advies gevraagd over de aanpak van fosfaatverzadigde gronden in de Nederlandse landbouw. Het advies zal worden betrokken bij de synthese van de evaluatie Meststoffenwet die in het najaar van 2007 wordt gepubliceerd door het MNP. Gevraagd werd welke mogelijkheden de TCB ziet om de fosfaatgebruiksnormen af te stemmen op de fosfaattoestand van de bodem, hoe de ernst van de problematiek van fosfaatverzadigde bodems zich verhoudt tot het werkelijk uitspoelen van fosfaat naar oppervlaktewater, en onder welke omstandigheden uitmijnen een effectieve methode is om fosfaatverzadigde bodems te saneren.

Fosfaatverzadiging van landbouwbodems is het gevolg van een jarenlange hogere aanvoer van fosfaat naar de bodem dan met het geoogste gewas wordt afgevoerd. Fosfaatverzadiging vergroot het risico op uitspoeling van fosfaat uit de bodem naar het bovenste grondwater en naar het oppervlaktewater. Dit draagt bij aan de eutrofiëring van het oppervlaktewater. Hoge fosfaatgehaltes in landbouwbodems kunnen ook de (agro)biodiversiteit nadelig beïnvloeden. Als landbouwgronden uit productie worden genomen voor natuurontwikkeling, bemoeilijkt fosfaatverzadiging van de bodem de realisatie van specifieke natuurdoelen.

Het verband tussen de fosfaatverzadigingsgraad van de bodem en de fosfaatconcentratie in oppervlaktewater is complex. Daardoor treden grote lokale en regionale verschillen op. De bestaande wetenschappelijke kennis van en het inzicht in de relevante bodemprocessen met betrekking tot de binding en het transport van fosfaat in de bodem vormen echter voldoende aanleiding tot het nemen van brongerichte maatregelen. De aanpak van fosfaatverzadigde gronden kan alleen dan succesvol kan zijn, als tegelijkertijd het mestoverschot wordt teruggedrongen.

De TCB adviseert om gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen te ontwikkelen op basis van de uitgangspunten van de huidige bemestingsadviezen voor fosfaat. Zij pleit hierbij voor een driedeling in: · een lage fosfaattoestand waarbij meer fosfaat mag worden toegediend dan volgens evenwichtsbemesting is toegestaan, · een voldoende fosfaattoestand waarbij kan worden bemest conform evenwichtsbemesting (de aanvoer van fosfaat via bemesting is gelijk aan de afvoer door het geoogste gewas), en · een hoge fosfaattoestand waarbij geen fosfaat wordt gegeven, waardoor de fosfaattoestand van de bodem zal dalen. Specifieke teelten kunnen zo nodig worden uitgezonderd.

Bij invoering van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen in 2015 conform bovenstaand voorstel kan in totaal tot wel 80 tot 120 miljoen kilogram fosfaat minder op land worden afgezet dan in 2002 het geval was, waardoor het mestoverschot toeneemt. Dit onderstreept het belang van een gelijktijdige aanpak van fosfaatverzadigde gronden en het mestoverschot. Gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen leiden op basis van de huidige inzichten bij vrijwel alle teelten niet tot achteruitgang van het gehalte aan organische stof in landbouwbodems, met als mogelijke uitzondering bloembollenteelt op geestgronden en bomenteelt.

De wetenschappelijke inzichten omtrent de meting van de fosfaattoestand van de bodem zijn momenteel sterk in beweging. De TCB adviseert om de verdere ontwikkeling daarvan te stimuleren, en na te gaan hoe verbeteringen in de meetmethode op termijn kunnen worden geïmplementeerd in de bemestingsadviezen en in de fosfaatgebruiksnormen.

De TCB ziet uitmijnen (dat is het onttrekken van fosfaat aan de bodem door middel van het oogsten en afvoeren van een gewas, (vrijwel) zonder fosfaatbemesting) vooral als een effectieve methode om een hoge fosfaattoestand en een hoge fosfaatconcentratie in de bodemoplossing in de bouwvoor te laten dalen. Wanneer het fosfaatverzadigingsfront dieper in de bodem is doorgedrongen dan waar het gewas wortelt, is uitmijnen minder effectief om de belasting van het oppervlaktewater tegen te gaan. Uitmijnen heeft slechts beperkt invloed op de afname van de totale voorraad fosfaat in de bodem.

design by Het Lab | build by nieta