pdf S56(2006) Advies Ontwerpvrijstellingsregeling BGM kleigrond en veengrond 2006

De ontwerpvrijstellingsregeling Besluit gebruik meststoffen kleigrond en veengrond 2006 werd aan de TCB voorgelegd voor advies. Het betrof een tijdelijke vrijstelling van het verbod dierlijke mest toe te dienen op grasland, gelegen op kleigrond en veengrond voor de periode van 16 tot en met 20 september 2006. Net als in het advies over de vrijstellingsregeling BGM extreme weersomstandigheden 2006 heeft de TCB zich beperkt tot het geven van argumenten voor en tegen het verlenen van de vrijstelling.

Algemene conclusie was dat de mestopslagcapaciteit berekend moet zijn op het optreden van extreme weersomstandigheden. De TCB concludeert dat de mestopslagcapaciteit in Nederland thans onvoldoende is. Het steeds weer verstrekken van vrijstellingen vormt geen stimulans om de opslagcapaciteit uit te breiden.

Argumenten tegen onderhavige vrijstelling van het uitrijverbod zijn:
· Het gewas kan de toegediende nutriënten niet of nauwelijks meer opnemen vanwege de lage groeisnelheid;
· Daardoor bestaat een verhoogde kans op nutriëntenverliezen naar oppervlaktewater, grondwater en atmosfeer;
· Verlenging van de uitrijperiode van dierlijke mest is geen goede landbouwpraktijk.

Omdat het gaat om een verlenging van de uitrijperiode met slechts vijf dagen, verwacht de TCB dat de milieukundige effecten beperkt zullen zijn. Evenwel moet toezicht op de handhaving van deze vijf dagen met nadruk worden doorgevoerd.

design by Het Lab | build by nieta