pdf S59(2004) Advies Inzake vrijstelling ex artikel 64 Wet bodembescherming

Agrariërs waren door uitzonderlijke weersomstandigheden (overvloedige regenval) in de maand augustus vrijwel niet in de gelegenheid om dierlijke mest uit te rijden. Vanuit de landbouworganisaties kwam het verzoek tot vrijstelling van het uitrijverbod voor dierlijke mest voor de periode van 1 tot en met 15 september 2004 op zand- en lössgronden. De Minister van LNV vroeg, mede namens de Staatssecretaris van VROM, de TCB advies over het verlenen van deze vrijstelling.

De commissie heeft negatief geadviseerd over de voorgenomen vrijstelling. In een TCB-advies uit het jaar 2003, waarin de commissie werd verzocht om de mogelijk-heden te bezien voor een structurele verlenging van de uitrijperiode, stelde de commissie dat er geen wetenschappelijke gronden zijn om de uitrijperiode te verlengen, eerder zou een verkorting in de rede liggen. Bovendien gaf de commissie aan dat agrariërs rekening dienen te houden met de toegenomen grilligheid van het weer als gevolg van klimaatverandering. Het nutriëntenmanagement kan daaraan worden aangepast en de huidige opslagcapaciteit en uitrijcapaciteit kan beter worden benut of uitgebreid. Vrijstellingen zouden beperkt moeten blijven tot echte noodsituaties.

Naar mening van de commissie past de hevige regenval in augustus 2004 bij de ervaringen van de afgelopen jaren (2002 extreem nat, 2003 extreem droog) en het door de commissie geschetste beeld van de grotere neerslagdynamiek en neerslagintensiteit bij de optredende klimaatverandering.

design by Het Lab | build by nieta