pdf S78(2006) Advies Ontwerpvrijstellingsregeling BGM stikstofkunstmest en vanggewas 2006

Eind oktober werd de TCB door de Minister van LNV, mede namens de Staatssecretaris van VROM, om advies gevraagd over een vrijstellingsregeling van het Besluit gebruik meststoffen (BGM). De regeling beoogt tijdelijke vrijstelling van het verbod op gebruik van stikstofkunstmest na 15 september 2006 ten behoeve van de teelt van overjarig graszaad en winterkoolzaad. De vrijstelling gold van 16 september tot en met 31 oktober 2006. Daarnaast bevat de regeling een tijdelijke vrijstelling van de verplichting om direct aansluitend op de teelt van maïs een vanggewas in te zaaien, indien na het vanggewas lelies en gladiolen worden geteeld. Deze vrijstelling gold van 10 oktober tot en met 10 november 2006.

De adviesaanvraag kwam bij de TCB aan op het moment dat de Minister van LNV al had ingestemd middels het uitbrengen van een persbericht met deze strekking en dat de termijnen waarvoor de vrijstellingen werden verleend, al grotendeels verstreken waren. Het advies van de TCB had hierdoor voor de vrijstellingen hooguit nog een juridische waarde.

Ten aanzien van de tijdelijk vrijstelling op het verbod voor het gebruik van stikstofkunstmest concludeerde de TCB dat toediening van stikstof na 15 september niet effectief is en dat boeren waarschijnlijk weinig of niet gebruikmaken van de vrijstelling. Ook vanwege het beperkte areaal van genoemde gewassen zullen de milieukundige gevolgen van deze voorgenomen vrijstelling naar verwachting beperkt zijn. Ten aanzien van de tijdelijke vrijstelling van de verplichting om direct na de teelt van maïs een vanggewas in te zaaien kwam de TCB tot de conclusie dat vrijstelling verleend had kunnen worden, maar niet voor de periode van 10 oktober tot 10 november. Een termijn van half augustus tot half september was vanuit milieurendement veel beter geweest. Daarbij vindt de TCB dat inzaai van een vanggewas rond 1 november, volgens de thans verleende vrijstelling, geen nut heeft en hooguit als een cosmetische maatregel kan worden opgevat. Verder beveelt de TCB aan om meer aandacht te vestigen op het tijdstip van het oogsten van maïs en inzaai van vanggewas, omdat uit onderzoek blijkt dat de keuze daarvan cruciaal is voor de werking van de maatregel. Ook beveelt de TCB aan om te laten onderzoeken welk effect (de wachttijd van drie weken na) ontsmetting in het najaar heeft op de uitspoeling van stikstof. Als er toch sprake is van uitspoeling van enige omvang, dan is dat een extra argument om te zoeken naar alternatieven voor deze vorm van grondontsmetting.

De TCB herhaalt dat de vrijstellingregelingen naar verwachting de kans op verlenging van de derogatiebeschikking door de Europese Commissie verkleinen[1]. De Minister van LNV merkt hier zelf over op dat er goede argumenten moeten zijn om afwijking van de regels toe te staan. De TCB stelt dat in het geval van wintertoepassing van stikstofkunstmest geen goede wetenschappelijke argumenten aanwezig zijn. Voor de vrijstelling van de verplichting van het aansluitend inzaaien van een vanggewas na de teelt van maïs zijn betere argumenten voorhanden, maar valt de vrijstellingsperiode te laat in het groeiseizoen. Bovendien vindt de TCB het middel van tijdelijke vrijstellingen in het kader van het Besluit gebruik meststoffen een vorm van micromanagement die onoverzichtelijk is en moeilijk te handhaven. De TCB adviseert daarom om zeer terughoudend te zijn met deze vrijstellingen, ook al zijn de milieukundige gevolgen ervan gering.

design by Het Lab | build by nieta