pdf A102(2015) Advies Vervolg vrijstelling bovengronds aanwenden drijfmest

De TCB heeft geadviseerd over het vervolg op de vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest op verzoek van de staatssecretaris van Economische Zaken, mede op verzoek van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Het gaat om het vervolg van de vrijstelling die in februari 2014 voor een jaar is verleend, waarin het landbouwers met een melkveebedrijf is toegestaan om onder voorwaarden runderdrijfmest bovengronds aan te wenden. De TCB heeft in 2014 geadviseerd over deze vrijstellingsregeling. De bezwaren die zij in dat advies heeft genoemd, blijven ook bij vervolg van de vrijstelling van kracht:

· Er is geen ruimte voor toename van de nationale ammoniakemissie.

· Blijvende aantasting van de functionaliteit van het bodemleven door emissiearme aanwendingstechnieken is
  niet aangetoond.
· Bovengronds aanwenden van dierlijke mest past niet goed bij het gedachtegoed van kringlooplandbouw
  omdat relatief veel stikstof naar de lucht verdwijnt.
Een andere overweging is dat mestinjectie leidt tot minder oppervlakkige afspoeling dan het bovengronds aanwenden van mest.

De TCB verwacht op basis van de aangepaste voorwaarden voor verlenging van de vrijstelling dat tussen de 100 en 250 bedrijven aanspraak zullen maken op de verlengde regeling. De TCB mist een voorstel hoe de controle wordt uitgevoerd om te beoordelen of bedrijven voldoen aan de gestelde voorwaarden en duidelijkheid over de maatregelen die worden getroffen in het geval bedrijven niet aan de voorwaarden blijken te voldoen. De TCB vindt dat criteria voor verlenging van de vrijstelling voorafgaand aan de in 2016 voorgenomen tussenevaluatie dienen te worden opgesteld. Tot slot ziet de TCB met belangstelling uit naar de resultaten van onderzoek naar manieren om ammoniakuitstoot te verminderen bij het bovengronds aanwenden van dierlijke mest.

design by Het Lab | build by nieta