pdf S48(2013) De bodem onder de bio-economie

Op 9 juli 2013 heeft de TCB het rapport ‘De bodem in de bio-economie’ aangeboden aan de Minister van Economische zaken en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Deze beide bewindspersonen hebben in maart van dit jaar per brief de ambities van het kabinet voor groene groei aan de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet onderscheidt acht kansrijke domeinen voor de combinatie van groen en groei.

In al deze domeinen vormt de bodem de drager voor maatschappelijke activiteiten. Met name bij de domeinen energie, biobased economy, klimaat, afval, voedsel en water levert de bodem natuurlijk kapitaal in de vorm van producten en diensten zoals biomassa, bouwmaterialen, waterzuivering en nutriëntenkringlopen. De ondergrond is cruciaal in een circulaire economie, die zich richt op het in stand houden en bevorderen van kringlopen. Onderdeel van een circulaire economie is een agrarische productieketen waarin biomassa wordt geproduceerd ten behoeve van voedsel, diervoeders, bouwmaterialen, chemicaliën, energie en brandstof. Dit wordt ook wel een biobased economy genoemd, of bio-economie. De Technische commissie bodem (TCB) constateert dat er veel ontwikkelingen gaande zijn ter versterking van de circulaire en bio-economie. De effecten op het functioneren van de bodem blijven hierbij nog onderbelicht, ondanks het evidente belang van de bodem als primaire productievoorwaarde voor de biomassavoorziening in een bio-economie.

Het rapport ‘De bodem in de bio-economie’, dat op verzoek van de TCB door CE Delft is opgesteld, laat zien dat biomassaproductie niet eindeloos kan plaatsvinden, maar wordt gedreven door schaarste aan land en bodemkwaliteit. Efficiënt omgaan met de beschikbare hoeveelheid land is belangrijk voor de continuïteit van de biomassaproductie en daarmee voor de leveringszekerheid van biomassa voor de bio-economie. Uit het rapport blijkt dat efficiënt landgebruik langs verschillende wegen tot stand kan komen, afhankelijk van de lokale bodem- en klimatologische condities. Het rapport beschouwt een aantal indicatoren voor bodemkwaliteit, zoals organische-stofgehalte, nutriënten- en watergebruik, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en landgebruik. Op basis van bestaande gegevens over onder andere opbrengst per hectare en gebruikte hoeveelheden meststoffen, energie en water zijn de effecten van een aantal biomassaproductieketens op deze indicatoren berekend. Biomassaproductieketens blijken onderling aanzienlijk te verschillen in effecten op bodemkwaliteit en landgebruik.

Het onderzoek van CE Delft illustreert dat de duurzaamheid van een toenemend gebruik van biomassa als productiemiddel in een bio-economie niet eenduidig is en dat er verschillen zijn tussen de biomassaketens. Het onderzoek werpt een nieuw licht op de invulling van duurzaamheidscriteria voor de productie van biomassa voor een bio-economie; aandacht is nodig voor gewaskeuze en teelt- en oogstmethoden.

De TCB acht het van belang dat in beleid, praktijk en onderzoek aandacht wordt besteed aan de voorwaarden die vanuit de bodem worden gesteld aan blijvende levering van biomassa voor de bio-economie. Om dit nader uit te werken en ter voorbereiding van verwachte adviesaanvragen op dit onderwerp heeft de TCB onlangs de werkgroep Koolstofstromen ingesteld. Centrale vraag voor de werkgroep is hoe het organische-stofgehalte van bodems kan worden gemanaged ten behoeve van optimale en duurzame maatschappelijke benutting van bodemgerelateerde ecosysteemdiensten. De werkgroep hoopt spoedig te kunnen rapporteren over haar bevindingen.

design by Het Lab | build by nieta